Gebouwen

In de tweehonderdjarige geschiedenis van de Wilhelminapolder zijn negen historische boerderijen (hofsteden) als ‘bedrijfsgebouw’ gebouwd en gebruikt. Dat zijn er nu nog – hoewel soms gewijzigd in omvang en functie – acht.

In het verleden werd onder leiding van een ‘bedrijfsboer’ per hofstede zo’n tweehonderd tot driehonderd hectare geëxploiteerd. Slechts op één van deze plekken staat geen huis meer (Oost-Beveland), de rest van de woongedeelten is nog in gebruik, zij het niet allemaal door ons bedrijf.

Twee gebouwen van de oorspronkelijke negen zijn geen hofstede, maar meestoof. Een meestoof was vroeger het gebouw waar de rode verfstof uit het gewas meekrap werd gewonnen. Van buiten leek het op een grote schuur. Hier werden de wortels van de meekrapplant gedroogd in een droogoven en daarna verpulverd tot een poeder: de verfstof. Meekraprood was een diepe tint rood en sinds de Middeleeuwen de meest populaire van alle rode verfstoffen. Over de meestoof Holland, onze hoofdvestiging, leest u hierachter.

De andere meestoof, Zeeland, is niet meer van de maatschap. Deze meestoof werd in 1815 in Middelburg gekocht en in eerste instantie werd de meekrap naar Middelburg gebracht. In 1820 is de meestoof naar het dorp Wilhelminapolder, aan de oostzijde van het kanaal, verplaatst. Na de teloorgang van de meekrapcultuur (eind 19e eeuw) deed de meestoof Zeeland dienst als graanpakhuis. De meestoof is inmiddels verkocht en door de nieuwe eigenaar deels gerestaureerd. Er zijn enkele woningen in gevestigd. Het gebouw is en blijft gezichtsbepalend aan het kanaal.

image001