In Zeeland wordt de ernst van de schade door de droogte in de gewassen zichtbaar. De start was door de slechte structuur al niet best. Lage prijzen voor graan en bieten vergroten het drama dat zich aftekent. “We moeten toch ook naar een andere invulling van het bouwplan gaan kijken”, zegt Vincent Coolbergen, directeur van Koninklijke Maatschap De Wilhelminapolder.

Bron: https://www.boerderij.nl/Akkerbouw/Achtergrond/2020/5/Droogte-slechte-structuur-en-lage-prijs-in-Zeeland-590593E/

Coolbergen heeft zijn suikerbieten in drie categorieën: gewoon goed, redelijk goed en slecht. Door de combinatie van slechte structuur en droogte moest hij op de zware grond op een gegeven moment stoppen met zaaien. Er was geen fatsoenlijk zaaibed te maken.
Na 12 millimeter regen heeft hij de laatste dagen van april het zaaien afgemaakt. Nu is het eind mei en Coolbergen kan niet anders dan vaststellen dat er van die laatste bieten ‘niets terechtkomt’. “Hier komt wat anders. Timoteegras of luzerne voor de drogerij. Maar ook daarvoor moet er dan wel regen komen.”

Magere oogst, slecht betaald

De directeur van het 1.400 hectare grote akkerbouwbedrijf Koninklijke Wilhelminapolder vlakbij Goes, praat voor groeiseizoen 2020 over de combinatie van de uitzonderlijke droogte, de ongekend slechte bodemstructuur op vooral de zware grond en de marktomstandigheden. De magere oogst die dit seizoen wordt verwacht, gaat ook nog eens slecht betaald worden. De situatie in de Wilhelminapolder staat model voor die in grote delen van Zeeland. De mogelijkheden om te beregenen zijn beperkt.

Waar de bieten ‘goed’ staan was beregenen nodig om ze boven te krijgen. Voor de categorie ‘redelijk goed’, heeft Coolbergen zijn normen wat moeten oprekken. In andere jaren zou hij ze ondermaats noemen. 50.000 planten per hectare is te weinig, waarvan hele stukken met een grote groeiachterstand. Maar goed, de bieten die er nu staan, gaan het wel redden, zo is de inschatting. “Die hebben beet, die vinden het water op 60-70 centimeter diepte. Maar bij alle slechte structuur en droogte worden we getroffen door lage prijzen. Een deel van de bieten is verloren en voor wat we straks wel leveren, krijgen we op zijn best de garantieprijs. De suikerprijzen zijn laag en door de corona hoeven we van de bijdrage van Aviko aan de bietenprijs niets te verwachten.”

Oost-Europese opbrengsten

Links en rechts van de Philipskreekweg komt de tarwe in de aar. Het gewas is amper kniehoog, stro gaat er amper vanaf komen. Voor de korrels voorspelt Coolbergen Oost-Europese opbrengsten. “Ik denk 6 à 7 ton per hectare, hooguit 8. De top is er af, 30% minder kilo‘s. En inderdaad bizar weinig stro. Ik heb dat nog nooit zo gezien in Nederland. En als er nou via de prijs nog wat compensatie zou komen. Maar die staat door de corona juist onder druk. Door het overaanbod aan olie gaat er minder graan weg voor bio-ethanol. Dat geeft wereldwijd een druk op de graanprijs. Ik hoor dat het in Roemenië heeft geregend, dat betekent een ton per hectare erbij. Maal een miljoen hectare, dat heeft ook een prijseffect. Er staat niks tegenover onze lage opbrengsten.”

Dat het graan er zo beroerd voorstaat komt mede door de late zaai na de laat geoogste bieten vorig jaar. Dat effect voedt Coolbergens groeiende scepsis voor de suikerbietenteelt. “Het rendement van de teelt zelf staat onder druk, en door de steeds vaker moeilijke oogst beïnvloedt het gewassen ook teelten erna, ook aardappelen. Voor het goede effect op de bodem van de diepwortelende biet, kan ik ook wel een goede groenbemester zetten.”

Anders naar bouwplan kijken

Nieuw voor Coolbergen is het dit jaar ook dat hij zijn aardappelen heeft moeten beregenen om ze boven te krijgen. Hij verwacht dat de pootaardappelen voor volgend jaar duur worden, dus met name het pootgoed voor eigen gebruik mag niet mislukken.

Op het bedrijf draaien al weken zes regeninstallaties. Bieten zijn beregend om te kiemen, plantuien worden voortdurend beregend. De vraag is hoe lang dat vanuit de zoetwaterbel onder een deel van het bedrijf goed blijft gaan. “We zullen op den duur ook water actief in de bodem moeten gaan opslaan om genoeg over te houden. En we moeten ook kijken naar veranderingen in het bouwplan, om te kunnen omgaan het het veranderende klimaat, meer peulvruchten bijvoorbeeld.”