In de periode februari – september 2018 heeft Maarten Kik, student van Wageningen University & Research rondom dit thema zijn afstudeerscriptie geschreven voor de Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder.

De hoge grondprijzen in Nederland sturen akkerbouwers richting bouwplannen met een hoog aandeel hoog salderende intensieve gewassen, zoals aardappelen, uien en suikerbieten. De huidige intensieve bouwplannen kunnen echter negatieve gevolgen hebben voor de bodem. Voorbeelden zijn toename in bodemziekten, teruggang in organische stofgehalte en verslechtering van de bodemstructuur.

Een oplossing voor dit probleem kan het verbouwen van meer extensieve gewassen zoals tarwe, gerst en luzerne zijn. Gemiddeld genomen hebben deze gewassen echter een lager saldo dan intensieve gewassen. Wanneer akkerbouwers kiezen voor een bouwplan met meer extensieve gewassen, is onmiddellijk sprake van een teruggang in bouwplansaldo en dus minder rendement. De waarde van een verbeterde bodemvruchtbaarheid is niet direct of onvoldoende bekend.

Het verkrijgen van meer inzicht in de economische waarde van bodemvruchtbaarheid was het doel van de afstudeerscriptie van Maarten Kik. De Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder was in deze scriptie een uitstekend casusbedrijf: Behoud van bodemvruchtbaarheid is een belangrijk doel van de KMWP. Om aan dit doel invulling te geven, wordt de helft van het areaal met extensieve gewassen ingevuld. Ter vergelijking: op veel akkerbouwbedrijven is dit slechts een kwart.

De scriptie bestaat uit drie onderdelen:

  1. Wat is bodemvruchtbaarheid?
  2. Wat is het optimale bouwplan van de KMWP wanneer bodemvruchtbaarheid genegeerd wordt?
  3. Wat is het optimale bouwplan van de KMWP wanneer bodemvruchtbaarheid behouden moet worden.

Voor het eerste onderdeel is gebaseerd op bestaande literatuur een schema van bodemvruchtbaarheid gemaakt. Voor het bepalen van het optimale bouwplan werd een Linear Programming (LP) model ontwikkeld. Voor onderdeel 2 werd met het LP model het bouwplan bepaalt met het hoogste saldo. Voor onderdeel 3 werd het bouwplan gezocht met het hoogste saldo wanneer bodemvruchtbaarheid minimaal op peil moest blijven.

Een extensief bouwplan met maximale aandacht voor de bodem via groenbemesters, aanvoer van organische stof en organische mest biedt op de lange termijn het beste perspectief voor behoud van bodemvruchtbaarheid en saldo.